Veldslagen bij het westerlijk front

  • Militairen van het 124e regiment infanterie, gefotografeerd in 1914 in Laval

    Militairen van het 124e regiment infanterie, gefotografeerd in 1914 in Laval

    © Archives départementales de Mayenne

  • Franse soldaten in de loopgraven

    Franse soldaten in de loopgraven

    © Colin Miege

  • Foto verschenen in de krant Excelsior van woensdag 25 november 1914

    Foto verschenen in de krant Excelsior van woensdag 25 november 1914

    © Caudrilleirs/Excelsior-L'equipe/Roger-Viollet

  • Ravin de Jolival. 8 mei 1916. Meuse

    Ravin de Jolival. 8 mei 1916. Meuse

    © Collections Musée Clémenceau, Paris

  • 27/10/1917. Het 'opruimen' van de slagvelden door de Duitsers (Lafflux, Aisne)

    27/10/1917. Het 'opruimen' van de slagvelden door de Duitsers (Lafflux, Aisne)

    © Casa de la Imagen

  • 3/3/1918. Marcheren in de sneeuw in Combles (Somme)

    3/3/1918. Marcheren in de sneeuw in Combles (Somme)

    © Casa de la Imagen

Veldslagen bij het westerlijk front Picardië fr


1914: een bewegingsoorlog die stagneert 

In de zomer van 1914 is heel Europa ervan overtuigd dat de oorlog van korte duur zal zijn. De oorlog vindt plaats op twee fronten: het Duitse leger wil snel Frankrijk veroveren in het westen om vervolgens terug te keren naar het oosten om tegen de Russen te vechten. Eind augustus bij het westerse front, zijn de Franse offensieven in de Lorraine een mislukking, terwijl het Duitse offensief dwars door België een succes is (Charleroi, Mons). Deze bataille des Frontières verplicht het Franse leger om zich terug te trekken. Parijs wordt bedreigd, maar in september zorgt de bataille de la Marne ervoor dat de geallieerde troepen de Duitsers terug kunnen dringen. Elk leger probeert de ander richting de Noordzee terug te drijven (slagvelden van Aisne en Ypres): het is de « course à la mer » (tocht naar de zee). In november eindigt deze tocht zonder overwinnaar. Een continu front vestigt zich van de Noordzee tot de Vogezen. De legers confronteren elkaar en begraven zich in de loopgraven: de bewegingsoorlog eindigt, de positieoorlog begint.

 

1915-1917: periode van vruchteloze en grote moordoffensieven

De geallieerde offensieven om het front te doorbreken zijn ineffectief en extreem moorddadig. Dit is het geval in 1915 bij de offensieven van de Champagne en van Artois. Het front van de Vogezen kent intense gevechten tijdens het gehele jaar zonder dat de twee kampen ook maar 1 vooruitgang boeken. Bij de bataille de la Somme van juli tot en met november 1916, verliezen de Engelsen 500 000 mannen voor een stukje van slechts enkele kilometers. Van hun kant, proberen de Duitsers het Franse leger uit te putten door het te verplichten tot een hardnekkig verzet in Verdun. Deze slag zonder overwinnaar duurt heel 1916: er vallen 160 000 Fransen en 140 000 Duitsers tijdens de gevechten. De mislukkingen accumuleren in 1917. Bij het offensief van het Chemin des Dames in april, worden 40 000 Fransen gedood in 2 weken tijd en verliest het Britse leger 250 000 mannen in de bataille de Passendale van juli tot en met november.

 

1918: hervatting van de bewegingsoorlog en de laatste offensieven

Nadat de vrede is ondertekend door de nieuwe Russische bolsjewistische macht op 3 maart 1917, rest er voor de Duitsers niets meer om tegen te vechten bij het oosterse front. Ze besluiten daarom de bewegingsoorlog in het westen te hervatten door grote offensieven te lanceren, vooral in Picardië. Het Duitse leger hoopt het front te doorbreken voordat de Amerikaanse troepen de geallieerden in een voordelige positie kunnen plaatsen. Ze zijn dichtbij de overwinning, maar de geallieerde legers, geplaatst onder het unieke bevel van generaal Foch, verzetten zich en slagen in een tegenaanval vanaf de zomer (2e bataille de la Marne). Geholpen door het Amerikaanse leger in Meuse en in Argonne, nemen zij definitief de overhand.
Hun voorwaartse beweging eindigt op 11 november met de wapenstilstand.

Bezienswaardigheden