Fietsen in de Ardèche

  • © ATOUT FRANCE/Michel Laurent/CRT Lorraine

Fietsen in de Ardèche Valence fr

Ik zet mijn strooien hoed op om in mijn eigen schaduw te fietsen en zet langzaam in op een lage versnelling want wie weet wat ik allemaal nog tegenkom vandaag, zodat ik wat krachten spaar.

Ik geniet van de kloven en de uitzichten. De brem is druk bezig zich in het geel te tooien. Het ruikt heerlijk. De motorrijders zijn blijkbaar weer aan het werk want ik ben hier in mijn eentje intens de rust aan het opsnuiven. Zelfs wielrenners kom ik niet meer tegen.


Na een uurtje of twee vraag ik mij af wanneer die echte klim nu eens gaat beginnen. Weliswaar klim ik een procent of vier maar met mijn kaart voor ogen had ik toch op een procent of zeven gerekend. Op deze manier kan het nog wel een tijdje duren voor ik helemaal boven ben. Vier procent betekent immers dat ik maar vier meter per honderd meter, veertig meter per kilometer en vier honderd per tien kilometer stijg.

Wil ik uiteindelijk vandaag op die ruim elf honderd negentien meter hoge col geraken, dien ik dus met deze constanten nog zeker twintig kilometer te moeten fietsen, omdat ik mij al een stuk boven nieuw Amsterdams peil bevind. Toch klopt er iets niet in de laatste overwegingen want er zitten nog flinke dalingen in met als gevolg dat ergens in de laatste paar kilometers een stevige klim zit waar ik dan ook mijn krachten maar voor spaar.

En om de gewaardeerde lezer te blijven boeien maak ik er een echte klifhanger van en verklop ik alvast dat inderdaad die laatste tien kilometers totaal anders zullen blijken te zijn dan de voorgaande kilometers die nu langzaam aan mij voorbij trekken. Hoe hoger ik kom des te harder gaat het waaien. De wind wordt zelfs een storm. Na de ene haarspeldbocht heb ik de wind vol in de rug en na de volgende heb ik hem razend in het gezicht. Ik kan hier bijna niet meer tegen op fietsen en tijdens enkele harde stormvlagen stap ik af en loop langzaam steil omhoog. De lucht wordt door de versmallingen heen geperst. Soms is het plotseling weer windstil achter een stuk berg. Zakt de storm iets dan stap ik weer op en ga dan tegen de bergkant aanrijden want ik kan niet inschatten wanneer ik ineens weer oog in oog staan met die curieuze luchtverplaatsingen.

De enkele auto’s van weleer kom ik niet meer tegen. De huizen van de negorij Sordige staan leeg en de storm raast er door. Zelfs was hier, waarschijnlijk nog maar een paar jaar geleden, een pizzeria, getuige de door de elementen bijna weggerodeerde woorden op de muur. Het weggetje wordt steeds smaller en van een afscheiding aan de ravijnkant is geen sprake. De huizen zakken steeds dieper in de afgrond weg. Weer bij een volgende bocht ligt het gehucht een stuk lager. Ik bedenk mij dan weer dat ik dat stuk toch maar weer omhoog geklommen ben. Wat is dit toch een vreemde sensatie waar je in een auto geen enkele weet van hebt.

Nu begrijp ik wat het is om een col te bedwingen, of even bergbeklimmer te zijn of naar de Zuidpool te lopen. Raar eigenlijk om je te meten met natuurverschijnselen. Warme spieren doen hun werk goed en alles gaat geolied. Ik heb er geen moeite mee, al ga ik vanwege die opspelende storm tergend langzaam. Af en toe zet ik mijn fiets even tegen de berg en maak een foto van het indrukwekkende schouwspel. Die foto kan waarschijnlijk niet verbeelden wat ik wellicht met dit schrijven wel oproep, al was het maar omdat ik van wind geen foto kan maken. Hier foto’s nemen is een hachelijke onderneming. Het is zeker niet denkbeeldig dat ik door een razende rukwind het ravijn in geslingerd word. Ik houd mij daarom ook stevig vast aan een stug uitziend mijlpaaltje.

De weg is nu recht, de storm pal tegen en de stijging een procent of tien. Ik ga net hard genoeg om niet om te vallen. Mijn water is vrijwel op en weer bij een bron aangevuld maar bijna al mijn eten heb ik nog. Toch ben ik niet moe en heb geen uitgeput gevoel. De adrenaline doet zijn werk. Op deze manier kan ik ook naar een col van twee duizend meter fietsen, bedenk ik. Af en toe stap ik even af om mij af te drogen en dan doe ik wat rek- en strekoefeningen die ik van de fysiotherapeut gekregen heb en ga weer verder. Het is niet zo heet meer maar dat komt door de hoogte waar ik mij op bevind. Ook mijn oren hebben al een paar keer “getuut” wat voor mij de eerste keer is dat ik dat meemaak op de fiets. Het venijn zit weer in die laatste paar kilometer.

De storm probeert mij het fietsen bijna onmogelijk te maken. Hoog verheven boven mij zie ik het einddoel, de Col de Mézilhac, in de vorm van wat bouwsels die mij stilaan over de rand volgen. Nog een stuk of wat pasbochten scherp omhoog. De wind gaat achter iedere bocht als een bezetene te keer vooral in de vorm van veel herrie. Straks als ik boven ben krijg ik de kick van mijn inspanning. Een heerlijk gevoel wacht daar op mij. De omgeving is zo indrukwekkend mooi. De Ardèche ligt nog deels onder een voorjaarsgroene deken. De lucht is helder en natuurlijk hemelsblauw. Het verre groen, hoge blauw en heldere geel van de bloeiende brem, speelt op voortreffelijke wijze samen, en de wind, tja, die zie je niet.

Bezienswaardigheden

Hoogtepunten